Van beduimelde cassettebandjes tot wereldjazz

Veertig jaar Amersfoort Jazz; een moment om even terug te blikken op evenzoveel roerige jaren. Het evenement was soms op sterven na dood, maar groeide uit tot een festival van internationale betekenis. Directeur Alexander Beets hoopt dat de landelijke media dat laatste ook eens in de gaten krijgen. Math Meester, Theo Caldenhoven en Alexander Beets; wat hebben deze heren met elkaar gemeen? Ze gaven of geven leiding aan het Amersfoortse jazzfestival en deden of doen dat met een schier eindeloos uithoudingsvermogen en een voorliefde voor dezelfde soort jazz. Beets (49): “Onze gezamenlijke muzieksmaak, dat is geen dixieland en geen avant-garde maar wel: bebop, hardbop, the Great American Songbook. De muziek van de gebroeders Adderley, Art Blakey en Coltrane. Keihard swingend, high energy. Math en Theo groeiden ermee op. Ik leerde die muziek ook al vroeg kennen dankzij de platencollectie van mijn ouders. Hij vervolgt: “Amersfoort Jazz had vanaf het begin een duidelijke signatuur en heeft die behouden. Alhoewel we in de laatste tien jaar veel breder en ook avontuurlijker zijn gaan programmeren. Musici komen er graag spelen en het publiek ontdekt er nieuwe artiesten en nieuwe muziek. Mede daarom bestaan we nu veertig jaar. Voorts is zo’n festival natuurlijk een kwestie van keihard werken, beaamt Beets. “Ik ben er nu achttien jaar bij betrokken. Als dit een baan was, dan had ik de slechtst denkbaar betaalde baan. Nu ik met je zit te praten, loopt mijn mailbox alweer vol met honderd berichtjes. Maar ik ga door omdat ik mij schatplichtig voel aan deze rijke traditie. Het is mijn taak om dit festival in de lucht te houden; voor de muziek én voor Amersfoort. We hebben gelukkig een goed team waar we op terug kunnen vallen.”

Math Meester (1934 - 2009) stampte het eerste festival uit de grond in 1979. Hij had een serie concerten georganiseerd op de zondagmiddag en besloot al die bands nóg eens te laten spelen, in het laatste weekend van april dat jaar. Voor je het weet, ben je een jazzfestival aan het organiseren, het eerste in Amersfoort”, schreef hij in het voorwoord van het programma. “Negatieve opmerkingen als ‘dat kan toch niet in Amersfoort’ laat je links liggen. Het zo vaak verguisde Amersfoortse bedrijfsleven blijkt al snel achter je ideeën te staan. De schrijver van dit artikel werkte nauw samen met Meester vanaf 1987; hij duwde mij simpelweg kratten met beduimelde cassettebandjes in de handen met het verzoek te kijken ‘of het wat is’. Zo was de programmering vlot geregeld. Meester kapte ermee in 1996, teneinde zijn aandacht te richten op het nieuwe Latijns-Amerikaanse festival Dias Latinos. Theo Caldenhoven (1934 - 2002), met wie hij al samenwerkte, nam het estafettestokje over. Beets: “Theo was iemand die al die cassettebandjes daadwerkelijk beluisterde. Hij had er plezier in om het festival naar zijn eigen voorkeur samen te stellen. Hij hoefde immers geen kaartjes te verkopen, want alles was gratis toegankelijk. Dat was zijn kracht: als hij iets mooi vond, gaf hij het een plek.”

Beets werkte al voor het festival als vrijwilliger toen Caldenhoven overleed. Niet verwonderlijk dus, dat hij werd gevraagd diens taak over te nemen. Al enkele jaren later pakten donkere wolken zich samen. “De hoofdsponsor, de verzekeraar Anova, haakte af in 2005. We besloten het festival van dat jaar maar af te blazen en lieten dat ook weten via de media. Het bericht bereikte Hans Erdmann, directeur van de Rabobank in Amersfoort. “Hans belde mij: hij wilde wel hoofdsponsor worden vanaf 2006.” De deal was: de Rabobank werd naamdrager - het festival heet sindsdien Rabobank Amersfoort Jazz - en nam vijftig procent van het budget voor zijn rekening. Na een tusseneditie, gecreëerd dankzij de welwillendheid van de horeca en de musici, volgde het eerste festival onder de nieuwe naam. “We werden in die tijd ook ambitieuzer, want daar drong de nieuwe hoofdsponsor op aan. Amersfoort Jazz moest geen plat volksvermaak worden, maar een evenement met kwalitatief hoogstaande muziek dat ook de stad zelf zichtbaar zou maken.”

Het festival moest ‘onderscheidend’ worden er werd dat ook. “We zijn in 2011 gefuseerd met het Global Village Festival. Ik zag dat daar deels dezelfde musici te horen waren en stelde voor aan organisator Matti Austen: laten we gaan samenwerken. In al die muzieksoorten komt improvisatie voor, dus waarom zouden we ‘jazz’ en ‘wereldmuziek’ apart benoemen? Voor de fusie bedachten we de naam ‘wereldjazz’.” Ook ontstonden er internationale uitwisselingen; allereerst in 2013 met Thailand, waar Beets al geregeld op tournee was, en later met landen waaronder Spanje en Zuid-Afrika. België staat centraal bij de komende editie. Voor 2019 willen Israël én Frankrijk het focus-land worden. Afvaardigingen uit die landen komen allebei naar Amersfoort, om zich te oriënteren. We ontvangen in totaal 35 festivaldirecties uit de hele wereld.” Tot de hoogtepunten van de komende editie rekent hij de bigband van het Metropole Orkest, dat onder leiding van de Japanse dirigente Miho Hazama een ode brengt aan Thelonious Monk, de topsaxofonist Eric Alexander uit New York en Neerlands nationale trots Eric Vloeimans (trompet), die als ‘artist in residence’ in allerlei bezettingen zal optreden. Dergelijke exclusieve concerten maken van Amersfoort Jazz méér dan het zoveelste regionale festival. “Het gaat ons uiteindelijk om de kwaliteit, niet om het trekken van zoveel mogelijk publiek. We ontvangen nu zo’n 80.000 duizend mensen in vier dagen; als je die goed spreidt, blijft de stad leefbaar. Je moet van het ene plein van het andere kunnen lopen. De terrassen mogen blijven staan gedurende de concerten; zo creëren we een theaterbeleving in de openlucht.”

Tot grote vreugde van de festivaldirecteur heeft de Rabobank het sponsorcontract verlengd na de pensionering van Erdmann. “Je ziet vaak dat een nieuw management compleet schoon schip wil maken. Maar de toenmalige directeur Henri Hofsteenge besloot de samenwerking voort te zetten. In zijn bestuur zat onze voorzitter Edward Dijxhoorn. Ze houden echt van die muziek. Henri is saxofoon gaan studeren. Met Edward kan ik inhoudelijk van gedachten wisselen over de programmering. Ook is Beets veel dank verschuldigd aan Floor Visser, zijn onvermoeibare rechterhand. “Floor gaat over de productie. Ze geeft leiding aan zeventig vrijwilligers, vraagt vergunningen aan en zorgt ervoor dat de busjes en de podia op de juiste plekken komen te staan. Om maar wat op te noemen.” 

Verdere ambities? “We krijgen al erkenning uit allerlei delen van de wereld. Maar het lukt ons maar niet om de landelijke pers te bereiken. Het is moeilijk om die cultuurjournalisten uit Amsterdam hierheen te krijgen. Ze denken daar kennelijk: ‘Amersfoort? Een boerendorp.’ Het lijkt of Parijs en New York voor hem dichterbij zijn dan Amersfoort. Maar we blijven ze bestoken, en de kwaliteit van ons programma spreekt voor zich. Een paginagroot artikel in NRC blijft een stip aan de horizon.”

Jeroen de Valk (jazzauteur, AD/AC)